Politiek en waardigheid van de mens


Op 2 oktober 2007 organiseerde de Rudolf Steineracademie in samenwerking met de Antroposofische Vereniging een gespreksavond over POLITIEK en WAARDIGHEID VAN DE MENS.
Ter voorbereiding hiervan schreven vier auteurs - Michaël Bauwens, Werner Govaerts, Christine Gruwez en Luc Vandecasteele - een paper die aan alle deelnemers vooraf werd bezorgd. Deze paper kan hier worden gedownload.
Ann Notebaert maakte van deze gespreksavond een verslag, dat hieronder volgt.

Zie onderaan de bladzijde voor boekentips!


Verslag van de gespreksavond

Inleidend
Moderator Chris Maryns heet de aanwezigen van harte welkom op deze gespreksavond. We bevinden ons in volle formatiedrukte en worden op het hart gedrukt onze directe betrokkenheid hierbij even op een laag pitje te zetten, en te proberen een onderzoekende instelling aan te nemen. We worden opgeroepen om niet zozeer het proces van deze regeringsvorming te voeren, als wel samen te zoeken naar achterliggende, vaak onuitgesproken uitgangspunten en gedachtegangen in het hedendaagse politieke bedrijf. En deze te toetsen aan de menselijke waardigheid.
Waarna de panelleden de spannende oefening aangaan om hun respectieve ideeën en onderzoeksresultaten in enkele minuten samen te vatten.


Christine Gruwez
Onderwerp van onderzoek is het vraagstuk van de identiteit. In dit begrip kunnen verschillende lagen onderscheiden worden. In een eerste laag betekent identiteit alles wat je hebt kunnen ontlenen aan je omgeving, alles wat je bij je geboorte hebt aangetroffen of gekregen: familie, taal, land, cultuur, opleidingsmogelijkheden, …. Het zijn alle elementen die er al waren toen je geboren werd. Je krijgt ze als het ware aangeboden in een identity-kit.
Een tweede laag in het begrip identiteit gaat over het proces van eigen maken, van vereenzelviging met de elementen uit de identity-kit. In de loop van je leven maak je de voorhanden zijnde elementen in meerdere of mindere mate eigen. Je gaat ermee in proces, en ze worden deel van je identiteit, ze worden eigenheid.
In deze laag duikt de vraag op naar de verhouding tussen de gegeven elementen en de eigenheid. Is deze verhouding er een van afhankelijkheid? Van niet zonder kunnen? Of gaat het over een ter beschikking hebben? In welke mate identificeer ik me met de elementen uit mijn identity-kit? In welke mate kan ik er vrij mee werken? Kan ik bijvoorbeeld een andere taal spreken zonder mijn eigenheid te verliezen of te moeten opgeven?
In dit perspectief is integratie van culturele en andere identiteiten niet ervoor te zorgen dat in alle identity-kits hetzelfde zit! Het gaat veeleer om het leren waarnemen, begrijpen en respecteren van de processen die zich afspelen tussen het gebied van de vele verschillende identity-kits en het gebied waarin de gegeven elementen tot een eigenheid worden.


Michaël Bauwens
Uitgangspunt is de dringende vraag naar democratie überhaupt. Een land zonder het instrument van het referendum is geen democratie, maar een systeem waarin de burgers zich onderwerpen aan de macht die hun zogezegd democratisch verkozen vertegenwoordigers over hen uitoefenen. Dat het hier gaat om machtsuitoefening heeft enerzijds te maken met het feit dat de burger zich via de zeer algemeen gestelde partijprogramma’s niet of nauwelijks echt kan uitspreken, en anderzijds dat de door de vertegenwoordigers opgestelde wetten bovendien door op dezelfde manier ingevoerde controlemechanismen afgedwongen kunnen worden. Ter illustratie wordt verwezen naar het openingscollege van Van Rompuy aan de Gentse faculteit politieke en sociale wetenschappen, waarin politiek omschreven werd als macht en het verwerven van macht!
Verder wordt het principe van de democratie – gesteld dat deze werkelijk zo georganiseerd is dat de staat bestuurd wordt zoals de meerderheid dat wenst – zelf nog bevraagd en wordt gepleit voor het recht op secessie voor elke burger die volledige soevereiniteit wil.


Werner Govaerts
Gaat uit van de stelling dat iedere mens, hoe verschillend ook, de wens heeft om mee vorm te geven aan de samenleving. Probleem hierbij in dit land: je komt wat dit betreft niet aan je trekken, tenzij je aansluit bij een politieke partij. Nu heeft elke partij wel iets te bieden, maar meestal niet voldoende om je te engageren. Bovendien heb je meestal ook te maken met het fenomeen koppelverkoop of kartelvorming om strategische redenen. Dat levert zeer omvangrijke maar nog weinig aansprekende programma’s op, waaruit bovendien in de onderhandelingen naar believen kan geput worden. Een en ander roept op tot nadenken over het systeem van de politieke partijen op zich.
Opdat meer mensen zich geroepen zouden voelen om hun steentje bij te dragen zouden volgende
wijzigingen in het democratisch instrumentarium een bijdrage kunnen zijn:
• meer partijen, met meer specifieke programma’s;
• hervorming van het partijsysteem;
• verkiezingen voor wetgevende en uitvoerende macht opsplitsen waardoor beide instanties zich specifieker op hun eigen opdracht zouden kunnen toeleggen, en een wezenlijker dialoog zouden kunnen voeren.


Luc Vandecasteele
Aanknopend bij wat de andere panelleden aanbrengen en de realiteit van de moeizaam vorderende formatiegesprekken, zou het stellig een interessante onderneming zijn om in een referendum te peilen naar de wenselijkheid van het voortbestaan van de Belgische staat zoals deze nu ingericht is! Tekenend in dit verband is de vaststelling dat in artikels en interviews vaak gesproken wordt over “dit land”, en haast nooit (meer) over “mijn land” of “ons land”…
Hoe dan ook zou een federale staat (enigszins naar analogie met een partnerrelatie) een mogelijk oefenveld voor volgende thema’s kunnen zijn:
• vrijheid geven;
• interesse in de ander ontwikkelen;
• verantwoordelijkheid opnemen en solidariteit opbrengen;
• wederzijds vertrouwen;
• samen werken in de zin van bevoegdheden verdelen, in tegenstelling tot machtsuitoefening.
Concreet zou men zich bijvoorbeeld de volgende vragen kunnen stellen:
• Waarom niet de vrijheid verlenen dat in de Brusselse rand Franstaligen wonen en werken?
• Kunnen we onze kinderen van jongsaf interesse bijbrengen voor de andere landsgedeelten o.m. door het oefenen van de andere talen?
• Waarom niet een aantal Vlaamse scholen in Wallonië?
• Kunnen we leren denken in termen van het onderscheid tussen gemeenschappen en gewesten? Dit zou mogelijk maken dat men loskomt van een te zeer gepolitiseerd denken.
• Waarom niet de federale partijen en instanties herstellen, ter behartiging van de belangen van àlle Belgen, in tegenstelling tot de huidige verregaande polarisering?


Gesprek
(De bijdragen tot het gesprek staan hier achter elkaar genoteerd zoals ze zich aandienden. Waar vraag en antwoord direct bij elkaar aansluiten of waar samenhangende bijdragen gegeven werden, is dit zichtbaar in het aansluiten van de tekst.)

• De teksten van alle panelleden bevatten, hoe verschillend ook, dezelfde vraag en hetzelfde streven naar de waardigheid van de burger. Echter, er is ook een leemte. Ontbreekt het ons in realiteit niet aan de capaciteit en de mogelijkheden om ons als burger te laten respecteren? Moeten er geen groeperingen ontstaan waar de burger zichzelf kan tonen en vormen?
• Als er structureel meer ruimte komt voor zeggenschap van de burger, zal dit vanzelf meebrengen dat mensen zich informeren en vormen. Het politieke systeem zoals het nu is, laat inderdaad te veel speelruimte voor machtsuitoefening. Word lid van Democratie nu!
• Er is inderdaad bewustwording op nog grotere schaal nodig.
• Hebben niet alle burgers op dit vlak een verantwoordelijkheid t.o.v. elkaar?


• Over het voorgestelde recht op secessie. Hoe doe je dat? Je bent op allerlei manieren ingebed in grotere gehelen: het wegennet, de energievoorzieningen, de arbeidsverhoudingen, de economie, … Kan een mens zich daar helemaal uit afzonderen?
• Is de verhouding meerderheid / minderheid een machtsverhouding? Gaat het erom dat iedereen over iets akkoord is?
• Kan iemand zich onttrekken aan het politieke bedrijf zoals het in zijn situatie gegeven is? Is het niet zo dat als je niet meestemt, je je stem doorgeeft aan de anderen?
• Het is door de immens grote rol die de staat heeft, dat het lijkt alsof we geen ‘secessie’ kunnen ‘plegen’ – toch kan er nog veel op kleine schaal in onze eigen gemeenschappen opgepakt worden.


• Hoe kun je i.v.m. referenda (bijvoorbeeld over het voortbestaan van België) de burger zo goed mogelijk informeren?
• Democratie is een groeiproces: het moet geleerd worden. Landen als Zwitserland laten zien dat het kan.
• Het is ook een kwestie van vertrouwen: als de burger de kans krijgt, zal hij zich informeren.


• Hoe een systeem om te vormen dat zichzelf niet wil omvormen?
• In de jaren ’90 waren we even op de goede weg: er ontstonden meerdere nieuwe enthousiaste partijen die zich een platform veroverden. De grote partijen dachten dat door die veelheid aan partijen het land onbestuurbaar zou worden, en lijfden die kleinere groepen of hun programma’s in. In feite was dit een ontmoedigingsstrategie door een politieke kaste die uit is op macht, aanzien en de erbij horende centen.
• Werken met het instrument van het referendum vraagt moed. Ook referenda hebben hun valkuilen en zijn manipuleerbaar!


• Zullen burgers niet door stemming vanuit hun eigen beperkte standpunt en motieven het beleid nog meer reactionair maken?
• Niet vooraf invullen. Niet betuttelen.


• Zijn er ervaringen?
• Het voorbeeld van het referendum in de gemeente Kessel over het verleggen van een drukke doorgangsweg naar wat voordien een rustige woonstraat was, en dit omwille van de veiligheid (er waren de laatste jaren op die te smalle doorgangsweg verscheidene ongevallen gebeurd). Het referendum gaf de bewoners van de woonstraat gelijk, waardoor daar de rust hersteld werd, maar op de eerdere doorgangsweg ook de onveiligheid. Goede oefening met ongelukkige uitkomst!


• Moeten de gemeenschappen niet afgeschaft worden? Onderwijs en cultuur moeten toch vrij zijn?
• Er is toch nog veel overleg nodig om te bepalen hoe we de middelen zullen verdelen en alles in goede banen te leiden. Maar het zou zeker goed zijn dat mensen zelf hun eigen overlegorganen creëren en zelf de geldstromen organiseren. Zoals de staat nu het geld ophaalt en herverdeelt, klopt het inderdaad niet.
• Zal de staat dan niet op de duur zichzelf opheffen of afbrokkelen?
• Wellicht is het aangewezen om te onderzoeken hoe vertrekkende vanuit de huidige situatie een verbetering bewerkstelligd kan worden! We kunnen niet zomaar allerlei instanties afwerpen of los laten. Onderwijs, diploma’s, … zijn hoe dan ook bepalend voor een gemeenschap, en zeker ook in positieve zin: ze genereren bekwaamheden, vertrouwen en samenhang. Het is goed dat er voor sommige gebieden zoiets als de staat is. We moeten wel ijveren voor minder wetten en reguleringen.


• Gedachtewisseling over de voor- en nadelen van de zich zelf organiserende vrije-markt-economie versus geleide economieën van de (vroegere) communistische landen: in welke mate is er echt sprake van vrijheid en onvrijheid, en is deze dan wel of niet terecht?


• Gedachtewisseling over grote richtinggevende idealen en de graduele ontwikkeling of vooruitgang: beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.


• Goed dat we tegenwoordig in België scholen vrij kunnen oprichten en er subsidies voor kunnen aanvragen – vrijer althans dan pakweg 200 jaar geleden, toen onderwijs nog een voorrecht van de hoogste klasse was. En de invloed van de staat zoals die nu georganiseerd is, verhindert anderzijds misschien wel dat extreme groeperingen met veel geld het onderwijs zouden gaan overheersen.
• Niet alle activiteiten van de staat zijn verkeerd.
• Akkoord indien het gaat om overleg. Niet akkoord indien het gaat om het maken van wetten die door (politie)macht afgedwongen worden.


• Wat is er goed aan Europa? Waarom moeten zoveel mogelijk mensen onder dezelfde wetgeving gebracht worden?
• Ligt niet nog veel meer reële macht in het gebied van de economie?
• Gesprek over gelegitimeerde macht versus de zogezegd vrij tot stand gekomen macht in het economische leven.
• Macht is een fascinerend iets. Wat zijn de componenten van macht? Je kunt in jezelf leren zien waar je macht gaat uitoefenen. Heeft veel te maken met onzekerheid, verlies van controle, de uitkomst niet zien. Macht uitoefenen is per definitie altijd macht uitoefenen over iets of iemand anders. Als ik afhankelijk ben van mijn identiteitsbepalende factoren, ben ik vatbaar voor onzekerheid, en bijgevolg voor machtsuitoefening. Macht heeft minder impact naarmate men zich die afhankelijkheden bewust wordt en ze kan omvormen.


• Iemand ervaart een grote kloof tussen enerzijds hoe wij op deze avond over het thema democratie spreken, en anderzijds de schrijnende werkelijkheid van zovele landen en gemeenschappen over de hele wereld. Het is niét alleen een aangelegenheid van de politici! Het is ook onze verantwoordelijkheid.

• Hoe kan in dit thema de spirituele dimensie aanwezig gesteld worden?
• Het onderzoeken, het samen nadenken en uitwisselen, is spirituele activiteit. Het is voedend voor onze kracht als verantwoordelijke burger. Cfr. ook de macht van de consument: economische machten richten zich zeer zeker naar wat de consument vraagt of niet meer wil.
• Driegeleding is toegepaste spiritualiteit. Er ligt vooral een groot oefenveld in de raakvlakken tussen de verschillende gebieden.


• Er is meer reële macht gemoeid met geld en pers, dan met de macht van politici (lucht en theater!).
• De staat is hoe dan ook nog steeds een instrument dat het kapitaal aan banden legt. Het instrument en de werking ervan moeten verfijnd worden, zodat we met meer waardigheid kunnen leven.
• De macht zit bij ons, maar we staan ze af. In het klein en in het groot, in gezin en in maatschappij.


Tips voor boeken
De auteurs van de paper schreven ook elk recent nog een werk, dat bij de Rudolf Steineracademie te verkrijgen is!
Voor informatie over bestellingen, zie onze bladzijde publicaties.
Tijdgenoten onderweg
Auteur: Christine Gruwez

Er gaat geen dag voorbij of er zijn uitingen van onrecht en geweld die je in de situatie van machteloze toeschouwer brengen. Machteloos, want je kunt niet rechtstreeks ingrijpen in wat er gebeurt.
Nochtans is er een mogelijkheid om jezelf uit dit toeschouwersschap te bevrijden. Het is de weg van toeschouwer naar tijdgenoot. Waar je "genoot" wordt van de tijdsgebeurtenissen. En waar je weet wat je te doen staat, nog voor je weet wat er is gebeurd.
Het is tevens de weg van kortetermijnoplossingen naar uiteindelijke verlossing. Een manicheïsche oefenweg in deelgenoot worden van wat in je tijd op je toekomt.
In dit boek - dat tegelijk een denkboek en een doeboek is - beschrijft Christine Gruwez deze weg in vijf stappen, die ze vanuit verscheidene hoeken belicht en toelicht.

Prijs: 18,00 euro (+ 1,56 verzendingskosten)

De ondertussen verschenen tweede druk is - op het voorwoord na - identiek aan de eerste druk.






Het dierbare België
Auteur: Luc Vandecasteele

Kerngedachte van het boek is dat de opsplitsing van gewesten en gemeenschappen een geniaal idee is en een eerste stap in de richting van een toekomstige driegeleding van onze maatschappij. Het betreft immers een opsplitsing van bevoegdheden die enerzijds samenhangen met personen (cultuur, onderwijs enz.) en anderzijds met het geografisch gebied waar men woont (als substraat voor sociaal en economisch leven), binnen de federatie België. Het is een model dat in se de mogelijkheid herbergt om het beheer van het cultuurleven en dat van de staat te ontvlechten.
De auteur betreurt dan ook dat door allerlei recente wetgeving, maar vooral ook doordat in Vlaanderen ervoor gekozen werd Gewest en Gemeenschap bestuurlijk toch te laten samenvallen, de van oorsprong heldere staatsstructuur van het nieuwe België opnieuw verwarrend en chaotisch is, met een ongezonde ineenstrengeling van bevoegdheden en beleidsdomeinen.
Het boek is echter vooral aantrekkelijk omwille van het sobere betoog, de kernachtige formuleringen en de bewust kort gehouden uitweidingen, o.a. over de rol van Brussel, maar ook over de (moslim)migranten in België.

Prijs: 14,50 euro (+ 1,56 verzendingskosten)







Manifest van een cultuurminnaar
Auteur: Werner Govaerts

Dit essay werd geschreven als reactie én als aanvulling op de actuele discussie over cultuur en cultuurbeleid zoals die tussen auteurs, kunstenaars, critici en journalisten werd gevoerd. Met de voor hem zo typische scherpe en tegelijk nuancerende pen haalt Werner Govaerts de essentie van de discussie naar voren, maar klaagt hij ook de kortzichtigheid en het provincialisme aan van auteurs zoals Van den Broeck, De Meyer, Elchardus e.a.
Het spanningsveld tussen geld, vrijheid, kunst en cultuur wordt van verschillende zijden verkend, wat tot onthutsende voorstellen leidt tot hervorming van het kunst- en cultuurbeleid in ons land. Aanbevolen lectuur dus voor de toekomstige minister van Cultuur, maar ook voor iedereen die een warm hart heeft voor theater, literatuur, muziek en film.

Prijs: 10,60 euro (+ 1,56 euro verzendingskosten)










Directe democratie, een inleiding
Auteurs: diverse – Redactie: Michaël Bauwens

Een goede inleiding op de argumenten pro en contra het invoeren van referenda en het recht op directe democratie, de ultieme participatie van de burgers.

Prijs: 5,00 euro (+ 1,04 euro verzendingskosten)