| Het onderzoeksrapport van Werner Govaerts mondt uit in een ernstig onderbouwd voorstel van curriculum voor de middelbare steinerscholen. Hij stelt dit niet voor ‘ter implementatie’ zoals dat in het hiërarchisch onderwijskundig jargon heet (iets wat achter een in bureau is bedacht op de werkvloer ingang doen vinden, willens nillens). Zoals ik hem ken, zou de idee alleen al hem maagkrampen bezorgen. Hij stelt dit voor als aanzet tot een diepgaand gesprek over de vraag waar we in de steinerscholen mee bezig zijn. Gesprek betekent reflectie. In de terminologie van Kieran Egan zouden we kunnen zeggen dat we op een ironische wijze moeten kunnen kijken naar de steinerpedagogie: zowel naar de theorie als de praktijk. |