Praktische menskunde

Recent verscheen bij uitgeverij Kamerling (Zutphen, NL) een bundel verzamelde artikelen van Ate Koopmans. Helaas werd dit boek Praktische menskunde genoemd, terwijl het daar slechts in zéér beperkte mate over gaat.
In feite gaat het over een zo volledig mogelijke weergave van alles wat bij leven uit Ate Koopmans’ pen gevloeid is, inclusief het boekje Antroposofie – visie en praktijk. De enige gemeenschappelijke noemer die ikzelf onder al deze kortere en langere teksten zou durven schrijven, is het begrip antroposofie zelf.
Doordat de artikelen – met uitzondering van de eerste twee – strikt chronologisch zijn opgenomen in het boek, is elke thematische samenhang ver zoek. Een aantal teksten zijn trouwens behoorlijk gedateerd of zo algemeen dat ik me afvraag waarom ze nog werden herdrukt.
Een aantal andere teksten zijn dan weer méér dan de moeite waard. Ik denk bijvoorbeeld aan de driedelige reeks over de geheimen van de menselijke wil in het Kalevala-epos, maar ook aan de reeks ‘Van de oude naar de nieuwe mysteriën in het na-christelijke Europa’. Het zijn hertalingen en herverwoordingen van wat Rudolf Steiner zelf hierover heeft gezegd, maar door hun authenticiteit en de persoonlijke verwerking ervan enerzijds en door het uitgebreidere en modernere taalgebruik anderzijds verschaffen zij toch bijkomende kennis en inzichten in deze onderwerpen.
Een vrij groot aantal van deze artikelen betreffen ook de Antroposofische Vereniging zelf. Ze zijn geschreven vanuit een m.i. vrij idealiserende visie op deze vereniging (hoe het zou moeten i.p.v. hoe het is), wat niet wegneemt dat ook hier een aantal wezenlijke inzichten kunnen worden opgeraapt, bijvoorbeeld over wat een ‘initiatiefbestuur’ behoort te doen en wat de opdracht is van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap binnen deze vereniging.

Werner Govaerts
september 2004