Olrac

Kristien Dieltiens vertelt in dit boek over de zoektocht van een dertienjarige jongen naar zijn herkomst. Het verhaal speelt zich af in de tijd van rovers en kruidenmengers, barden en minstrelen, burchtheren en baljuwen.
Geen enkel moment wordt de sfeer van deze achtergrond doorbroken. Alleen de algemeen-menselijke vragen en gevoelens vormen de verbinding met de lezer van de 21ste eeuw. Deze band is echter zo sterk en echt dat naar mijn mening, slechts een enkele lezer dit boek halverwege terzijde zal leggen. Een spannende opbouw en diep-menselijke waarachtigheid zorgen ervoor dat het in één ruk wil uitgelezen worden.
De stijl is doorspekt met woordspelingen en vergelijkingen, zinswendingen en woordgebruik, die vaak neigen naar gevoelerigheid, maar die dan net op tijd een prachtige ontroerende of grappige inslag krijgen. De schrijfster beschouwt de geest in en achter mensen, dieren en dingen en bezielt daardoor de hele natuur.
De vrouw van de baljuw was 'zo mager als een krekel in de vastentijd'; de hoofdman van de roversbende had 'wenkbrauwen die leken op woest struikgewas: ondoordringbaar en dreigend. Soms lieten ze het licht door. Dan schitterden zijn ogen …'; de dorpsgek 'graaide heftig naar de onzichtbare wezentjes rond zijn hoofd … , kon hinniken als een paard; waardoor hij de elf op zijn schouder verjoeg en het geknabbel aan zijn hoofd even ophield' en op 'de kortste dag van het jaar legt de aarde zich op haar andere zijde om zich te laten warmen door de zon'.
Magie is nergens ver weg in dit boek, maar de schrijfster maakt nooit gebruik van magische ingrepen: het verhaal ontrolt zich soepel terwijl de spanning aangehouden blijft.
Olrac kan de ziel van de lezer verzorgen door zijn rijke beelden, zijn herkenbare emoties en zijn liefde voor de natuur. Het wezen en de belevenissen van Olrac en zijn kompanen hebben me geboeid en geraakt, ook al hoor ik reeds lang niet meer bij het jeugdige lezerspubliek.
De omslagillustratie, die eerder druk en luidruchtig overkomt, is jammer genoeg nogal contrasterend met de binnenillustraties van Kristien Dieltiens, die veel beter passen bij de inhoud en de uitstraling van het boek.

Lucie Spranghers
december 2000