De ontmoeting met het boze. De grondsteen van het goede
door Sergej O. Prokofieff
De ontmoeting van het boze (50 pagina’s) en De grondsteen van het goede (20 pagina’s) is de tweede uitgave van Perun Boeken met een vertaling van opstellen van de hand van Sergej O. Prokofieff. Net als in het eerste werk De Antroposofische Vereniging en het wezen Antroposofia worden hier twee opstellen gebundeld die nauw met elkaar samenhangen. Wat het boekje inhoudelijk beoogt, wordt op de cover gevat weergegeven:
“De afgelopen twintigste eeuw heeft een ongekende versterking van de krachten van het boze laten zien, die zich in de toekomst zeker nog zal voortzetten. Daarmee is de mensheid de periode van de zogenaamde ‘kleine Apocalyps’ binnengegaan, wat onder andere in de derde opnbaring van het ‘getal van het beest’ tot uitdrukking komt. Dit boekje wil niet alleen de occulte achtergronden onderzoeken die met deze versterking van de krachten van het boze samenhangen, maar vooral ook wegen wijzen waarop daaraan weerstand kan worden geboden. Daarbij is de antroposofie een onmisbare hulp.
Het sterkste wapen in de strijd met het viervoudige boze vormt voor ons de Grondsteen met de bijbehorende meditatie. Deze kan door zijn dubbele microkosmisch-macrokosmische structuur de mens de weg wijzen van de mensengedachten, mensenimaginaties en mensenliefde voor de wereldgedachten, wereldimaginaties en wereldliefde, die van de goede wereldmachten uitgaan. Dan zal ook de Geest kunnen verschijnen, die de mens als helper in de strijd met het boze gezonden wordt. Tevoren moet echter eerst al datgene wat overblijfsel van het oude is volkomen niets geworden zijn.
Hierin ligt ook de betekenis die het boze voor de mens heeft: uit de ontmoeting met het boze moet hij een des te grotere kracht van het goede leren ontwikkelen, die de mens verbindt met de oerbron van alle krachten van het goede: het bovenzinnelijke rijk van de etherische Christus (het ware Shambala). Alleen zo kan de mens tot bewuste medewerker en helper worden bij het goddelijk-menselijke proces, dat eens van de aarde een ‘nieuwe zon’, een ‘kosmos van liefde’ zal maken.”
Sergej O. Prokofieff benadert dit geenszins alledaagse onderwerp met een gedegen kennis van Steiners geschriften. Het overzicht van de geraadpleegde werken van Rudolf Steiner als basis van dit geschrift is indrukwekkend en zowat een handleiding doorheen Steiners geschriften. Toch vindt Prokofieff de weg naar concrete situaties vandaag. Dat zijn aanpak enige toelichting vraagt, vangt hij zelf op in de drie ‘Aanhangsels’ en in een uitvoerig notenapparaat. In Aanhangsel I komt de betekenis van de Grondsteen aan bod. Aanhangsel II belicht de derde hiërarchie, de kracht van Sorat, exponent van het boze in de toekomst en de weg naar de Zonnelogos. Aanhangsel III bekijkt het Bolsjevisme van de occulte kant, als één van de belangrijkste openbaringen van het boze in de 20ste eeuw. Prokofieff ziet ook een centrale opdracht voor de toekomst van het Russische volk. Hij zelf groeide onder dit regime op. Uit zijn analyse van de situatie spreekt een grote verbondenheid.ristien Dieltiens vertelt in dit boek over de zoektocht van een dertienjarige jongen naar zijn herkomst. Het verhaal speelt zich af in de tijd van rovers en kruidenmengers, barden en minstrelen, burchtheren en baljuwen.
Geen enkel moment wordt de sfeer van deze achtergrond doorbroken. Alleen de algemeen-menselijke vragen en gevoelens vormen de verbinding met de lezer van de 21ste eeuw. Deze band is echter zo sterk en echt dat naar mijn mening, slechts een enkele lezer dit boek halverwege terzijde zal leggen. Een spannende opbouw en diep-menselijke waarachtigheid zorgen ervoor dat het in één ruk wil uitgelezen worden.
De stijl is doorspekt met woordspelingen en vergelijkingen, zinswendingen en woordgebruik, die vaak neigen naar gevoelerigheid, maar die dan net op tijd een prachtige ontroerende of grappige inslag krijgen. De schrijfster beschouwt de geest in en achter mensen, dieren en dingen en bezielt daardoor de hele natuur.
De vrouw van de baljuw was 'zo mager als een krekel in de vastentijd'; de hoofdman van de roversbende had 'wenkbrauwen die leken op woest struikgewas: ondoordringbaar en dreigend. Soms lieten ze het licht door. Dan schitterden zijn ogen …'; de dorpsgek 'graaide heftig naar de onzichtbare wezentjes rond zijn hoofd … , kon hinniken als een paard; waardoor hij de elf op zijn schouder verjoeg en het geknabbel aan zijn hoofd even ophield' en op 'de kortste dag van het jaar legt de aarde zich op haar andere zijde om zich te laten warmen door de zon'.
Magie is nergens ver weg in dit boek, maar de schrijfster maakt nooit gebruik van magische ingrepen: het verhaal ontrolt zich soepel terwijl de spanning aangehouden blijft.
Olrac kan de ziel van de lezer verzorgen door zijn rijke beelden, zijn herkenbare emoties en zijn liefde voor de natuur. Het wezen en de belevenissen van Olrac en zijn kompanen hebben me geboeid en geraakt, ook al hoor ik reeds lang niet meer bij het jeugdige lezerspubliek.
De omslagillustratie, die eerder druk en luidruchtig overkomt, is jammer genoeg nogal contrasterend met de binnenillustraties van Kristien Dieltiens, die veel beter passen bij de inhoud en de uitstraling van het boek.
Lucie Spranghers
augustus 2001
