De bevroren blik

Reeds toen in 2000 het Duitstalige origineel Der gefrorene Blick van Rainer Patzlaff verscheen, vond ik dit boek het vertalen waard. Uiteindelijk heeft het toch nog vijf jaar geduurd, een periode waarin volgens dr. E. Schoorel, die het woord vooraf voor de Nederlandstalige editie(*) schreef, weinig is veranderd. En dat ondanks de onthutsende onderzoeksresultaten die Patzlaff op een rij heeft gezet.
In het eerste hoofdstuk (‘Kijken en televisie kijken’) wordt meteen duidelijk dat dit niet het zoveelste goed bedoelde pro- of anti-tv-boekje is voor opvoeders. Patzlaff toont aan dat ‘kijken’ in de normale zin van het woord een heel andere activiteit is dan ‘tv kijken’. Dit laatste kun je immers nauwelijks een activiteit noemen, maar eerder een passiviteit. De auteur toont aan hoe het de beeldbuistechnologie zelf is die elke vorm van menselijk bewegen stillegt, te beginnen met de bewegingen (saccaden) van het oog, die met gemiddeld 90% afnemen ten opzichte van de normale toestand.(**) Maar ook de rest van het lichaam komt in een zodanige toestand van inactiviteit dat de stofwisseling met 14% vermindert ten opzichte van een lichaam in totale rust. Dat wil zeggen dat er tijdens het chips eten en cola drinken voor de buis wél veel calorieën worden ingenomen, maar dat er minder worden verbruikt dan wanneer men gewoon in totale rust ligt! Eenzelfde fenomeen doet zich voor met de hartslag, die met gemiddeld 7 slagen per minuut vermindert. Patzlaff stelt terecht: “Welhaast niemand van de tv-kijkers van nu heeft er enig idee van dat het scherm zo diep in de fysiologie van het eigen lichaam ingrijpt.”
Het moet na lezing van dit hoofdstuk voor iedereen duidelijk zijn: tv kijken heeft een onmiskenbare invloed op ons lichaam en bijgevolg op onze gezondheid, ongeacht welk programma of welke zender wordt bekeken! In het vierde hoofdstuk gaat Patzlaff nog wat dieper in op deze invloeden, met name tijdens de kindertijd, een tijd waarin het lichaam nog in volle ontwikkeling is. En hij besluit dat tv kijken – nog eens: ongeacht welk programma of welke zender – ronduit mishandeling moet worden genoemd bij kinderen van 0 tot 4 jaar en ernstige schade berokkenend bij kinderen van 4 tot 10 jaar. Dat komt in de eerste plaats door de nefaste werking van de beeldbuis op de ontwikkeling van de zintuigen (vooral zien en horen, maar ook de taal- en bewegingszin – zie verder), maar in de tweede en niet geringere plaats ook door het ontberen van alle activiteiten en verkenningen dat het kind heeft moeten lijden tijdens het urenlang tv kijken. Een van de vele onderzoeksresultaten op dit gebied: “De eerste fundamentele ontwikkelingsfase van de hersenen is op 3-jarige leeftijd afgesloten. Wanneer in deze periode het kind slechts beperkt geconfronteerd wordt met het scala van mogelijke vaardigheden en ervaringen, dan ontwikkelen zich vele neuronale verbindingen niet volledig en de hersenen blijven in grootte zo’n 25-30% achter.”
In het vijfde hoofdstuk toont Patzlaff vervolgens aan dat tv (en radio en computer) niet in staat mogen geacht worden om een goede vervanging van het aanleren van vaardigheden en ervaringen te bieden. Integendeel zelfs. Zowel het gesproken woord als het natuurlijke beeld blijken kwaliteiten te bezitten die de elektronische reproductie ervan niet bezit. Uit onderzoekingen van de Duitse bond van logopedisten maar ook op basis van algemene ervaringen in het onderwijs blijkt dat de taalvaardigheid van kinderen er op 20 jaar tijd extreem op achteruit is gegaan. Patzlaff brengt dit op een overtuigende manier in samenhang met de toename van het tv kijken (en het opvoeden door of met behulp van de tv). Daarvoor brengt hij 40 jaar oude onderzoeksresultaten over klankluchtvormen in verband met recente stroboscopische onderzoekingen die aantonen dat bij het spreken de spreker minuscule lichaamsbewegingen maakt die zijn spraak begeleiden. Met een minimale vertraging van 40 tot 50 milliseconden beantwoordt de luisteraar deze bewegingen met een identiek patroon. Die tijd is véél te kort om verklaard te kunnen worden met een bewuste reactie. Bij door luidsprekers gereproduceerde taal komen deze bewegingen uiteraard niet voor. Spraak is met andere woorden een bewegingskunst, een kunst die door het tv- en radiogebruik en door de algehele ‘verstomming’ van de maatschappij – ‘mensen praten niet meer met elkaar’ – meer en meer in het gedrang komt, wat zich uit in het verschijnsel dat kinderen in een eerste klas vaak heel normale aanwijzingen (genre ‘kom eens naar voren’) niet meer begrijpen!
De rest van het boek – en met name de hoofdstukken twee en drie – hadden wat mij betreft beter in een ander boek gestaan. Het gaat hier immers om een compleet verschillende argumentatie tegen tv, gebaseerd op sociologische (en dus vaak niet reproduceerbare en eigenlijk vrij hypothetische) onderzoekingen over verbanden tussen tv kijken, verslaving, toename van angst- en eenzaamheidsgevoelens enz. Volgens mij kun je met wat inspanning even veel onderzoekingen vinden die net het tegendeel beweren, maar die vermeldt Patzlaff uiteraard niet. Ik noem het dan ook secundaire redenen om je kinderen te beschermen voor tv kijken. De hoofdreden blijft de niet te verantwoorden passiviteit waartoe je kinderen die tv kijken, veroordeelt. En dat precies in een levensfase waarin ze leren door te bewegen!

Werner Govaerts
maart 2005


Noten
(*) Rainer Patzlaff, De bevroren blik. De fysiologische werking van het beeldscherm en de ontwikkeling van het kind, Kamerling, Zutphen, 2005.
(**) Patzlaff zelf geeft aan dat het hier gaat over onderzoeksresultaten met de beeldbuistechnologie en dat LCD-schermen wellicht minder schadelijke gevolgen hebben, aangezien de vloeibare kristallen van zo’n schermen niet uitgloeien maar hun volledige lichtkracht bewaren zolang het beeld niet verandert. Zelf vraag ik mij af – maar deze opmerking geldt alleen vanaf een leeftijd van 9 à 10 jaar, wanneer kinderen ondertitels leren lezen – of het veelvuldige gebruik van vertaling via ondertitels in kleine taalgebieden zoals het onze, de door Patzlaff genoemde effecten niet milderen: het tegelijk lezen van de ondertitels en bekijken van de beelden, maakt het immers noodzakelijk wél veelvuldig met de ogen het beeldscherm af te tasten.