Denken. Is dat nog nodig?


Wie op de Cultuurmarkt van 26 augustus een boekje meenam, vindt hier een vervolg c.q. variant op de tekst, die voor sommigen verduidelijking zal brengen, voor anderen misschien niet. We laten het over aan de lezer.



download hier het boekje als een pdf-document (500 kB)


11. Al eens nagedacht over denken?
Is denken werkelijk zo belangrijk als het beweert te zijn? Is het niet eerder een noodzakelijk kwaad, iets wat je moet inschakelen als het gaat om de oplossing van een probleem of het vinden van een antwoord? Maar wat je verder niet nodig hebt om gelukkig te zijn? Want is het niet in de regel juist het denken dat als stoorzender optreedt net als je je wilt overgeven aan een kleinere of grotere overmaat van gevoelsverrukking en dat zich dan bedenkt? Om dan weer op andere momenten in piekeren over te gaan? Om van idées fixes nog maar te zwijgen!
Wat ook je geliefkoosde vooroordelen zijn met betrekking tot het denken, ook hier geldt de regel: je kan het er pas over hebben, als je het doet.
Doen? Wat valt er te doen? Sinds wanneer is denken iets doen? Denken is toch iets wat zich binnenskamers afspeelt en verder op de loop van de gebeurtenissen geen rechtstreekse invloed uitoefent? Is er al ooit eens akker omgeploegd omdat iemand daarover zat te denken? Niet te denken, dat zou pas wat zijn! Eindelijk die molen eens kunnen stoppen, die maar doorgaat daar in je hoofd. Al die gedachten, hoe krijg ik ze weer weg?
Dat is het nu precies: door te denken!
Maar wat is denken dan?

12. Denken is niet hetzelfde als het hebben van gedachten.
Een gedachte is reeds verleden tijd. Je hebt gedacht. En het resultaat daarvan duikt als een kant en klaar begrip in het bewustzijn op. Een gedachte is het product van iets wat er aan is voorafgegaan. Maar aan aan wat er is voorafgegaan hebben we geen boodschap. We schieten pas wakker als de kassa rinkelt. En het afgewerkte product in het laatje valt. Deze kant en klare gedachten vertonen de neiging om zich altijd weer volgens dezelfde patronen aan elkaar te sluiten. Of om zich steeds weer te enten op steeds weer dezelfde soort ervaringen. Zo ontstaan verharde denkpatronen, zelfvoldane meningen, verroeste opvattingen, verzilverde opinies. Alsof het verleden altijd maar opnieuw wordt herkauwd. Het kant en klare van een gedachte biedt de mogelijkheid tot voorspelbaarheid. ‘Bij die soort waarneming hoort onverbrekelijk die soort gedachte. De werkelijkheid wordt controleerbaar en voorspelbaar. Voorspelbaarheid is een bron van zekerheid. En van macht. Kant en klare gedachten zijn daarbij uiterst geschikt voor consumptie. Dat ze ontelbare keren weer zijn opgewarmd, wordt zonder meer verdoezeld door een set van smaakmakers. Het zich bevestigd weten en het vooruitzicht daarop is er zo een. Er is een hapklare en vooral risiscoloze overwinning behaald op de ondoorgrondelijkheid van de werkelijkheid. Zullen we nu even de tv aanzetten?

13. Denken is niet hetzelfde als het binnenflitsen van gedachten
Een enkele keer wordt het kant en klare van de gedachten doorbroken door een ideeënflits. Hier gebeurt iets! Dit is van een ander gehalte dan opgewarmde kost. Met kracht en trefzekerheid baant zich een idee een weg naar het bewustzijn en komt er in de regel niet onopgemerkt binnen. De kracht waarmee een idee binnenbreekt noemen we dan een flits. Heel intens maar ook heel kortstondig is er een oplichten en dan is er weer de bewustzijnsschemer als vanouds. Diegene wie dit te beurt valt, rekent zich tot de gelukkige uitverkorenen en in de regel prijst hij zichzelf gelukkig. Op de vraag of hij de baan van de idee, vooraleer ze in hem binnendook zou kunnen retraceren, moet hij in de regel verstek laten gaan. Hoogstens daagt het in hem dat hij de dagen daarvoor met iets rondliep, op iets liep te broeden. En dan plots, als een bliksemflits bij heldere hemel, valt hem iets te binnen wat alles voor een ogenblik in een zee van klaarheid doet baden; Of hij er verder mee aan de slag kan of niet, hangt dan weer helemaal van hem af. Het moment van inslag is voorbij. En zelfs de herinnering eraan kan verbleken. Een iets is zeker: wie of wat hij ook moge aanroepen of bezweren, een dergelijke ideeënflits laat zich niet afdwingen. In afwachting van een nieuwe inslag moeten de kant en klare gedachten het dan maar weer overnemen.

14. Help! Ik kan niet denken!
Twee keer ontsnapt me het denken: wanneer ik kant-en klare gedachten tevoorschijn haal en wanneer ideeën in me binnenflitsen. In beide gevallen gaat het om een eindproduct en in beide gevallen heb ik geen (bewust) aandeel aan het produceren ervan. Ik werd pas ‘wakker’ op het ogenblik dat dit al gebeurd was.
En wat dan het meeste op denken lijkt, is het bij nader inzicht niet. Immers, er is een manier om steeds weer andere combinaties met voorgepakte gedachten te maken en deze dan als iets nieuws, want in een andere verpakking, aan te bieden. Het lijkt wel op Lego speelgoed, waarbij je eindeloos weer andere constructies kan maken, terwijl de bouwelementjes onveranderd blijven. Toch beroept cultuur zich op dergelijke bouwsels, die net als de bouwsteentjes waaruit ze zijn samengesteld, perfect voorspelbaar blijken.
En daardoor beheersbaar. Cultuur wordt op deze manier een vorm van management, van ideeên beheer, waar bij voorbaat al het applaus voor nog maar eens een andere constructie met dezelfde steentjes in het bouwpakket mee wordt te koop aangeboden.
Voorspelbaarheid is echter ook de moeder van alle verveling. Niet meer te kunnen denken is hetzelfde als niet meer te kunnen spelen. Wanneer wordt er ooit weer eens gespeeld?

15. Wat denken dan wel zou kunnen zijn?
Denken begint met een gerichtheid. Het is het richten van de aandacht. In het richten van de aandacht verschijnt nog geen gedachte, maar wordt integendeel een veld opengemaakt. In dit geopende veld zet ik nu al denkend enkele stappen. Deze denkstappen kunnne bijvoorbeeld vragen zijn. Iedere vraag brengt me als het ware een stap verder op weg. De gerichte aandacht spant het veld op en maakt mogelijk dat ik verder ga, zonder stil te staan bij een of andere interessante afleiding of dat ik me laat sussen door een aangewaaide kant en klare gedachte. Neen, ik ga verder, net zolang als de spankracht van mijn aandacht het me mogelijk maakt.
Heel spannend wordt het wanneer ik me de vraag stel, waarop ik dan wel mijn aandacht richt? Als het erom gaat dat ik zover als mogelijk kom, vooraleer er een gedachte kan verschijnen, waarop ben ik dan gericht? Want de gedachte komt pas aan het einde van de weg, nadat ik stappen heb gezet! Mijn gerichtheid geeft de richting aan waarin ik me zal begeven en de mate van mijn aandacht, haar intrinsieke kracht, drukt mijn betrokkenheid uit. Uiteindelijk is het een vorm van verlangen, van passie zelfs, die me op weg doet gaan. En waarop anders mijn aandacht richten, dan op het onderweg zijn als dusdanig? Anders gezegd: op het denken als proces?

16. Denken is eerst bewegen
Denken is bewegen vanuit een aangehouden gerichtheid. En denken als doorgaande beweging is je op weg begeven in de richting die je jezelf aangeeft. Iedere denkstap brengt je dichter bij een gedachte of een begrip als eindproduct. Of het kan ook dat de weg verder loopt, de horizont heeft zich verlegd en je beseft: ik ben er nog niet.
Want een denkstap is nog geen gedachte. Het is een moment in een proces. Het is een je losmaken van waar je stond, om even–je verplaatsend–te balanceren tussen hemel en aarde. En tenslotte je voet weer neer te zetten. Maar elders nu. Zoniet wordt het een trappelen ter plaatse. Dit losmaken, balanceren en weer vaste grond raken is een beschrijving van hoe het denken voortbeweegt. Het schrijdt van begrip naar begrip. Het schrijdt van vinden en weer loslaten. En wanneer het denken een begrip als vaste grond onder de voeten heeft gevonden, moet het het volgende ogenblik zich daar weer tegen afzetten om het achter zich te laten en opnieuw te balanceren tussen het voorlopig gevondene en dat wat nog niet doorlopen is, vooraleer er een halteplaats in het zicht komt. Hoe trager dit voortbewegen gebeurt, hoe groter de mogelijkheid om het bewegen als dusdanig te kunnen ervaren. Het kunnen ervaren van het proces van het denken, heeft het kunnen vertragen van de denkbeweging tot voorwaarde; De moeilijkheid ligt er niet in dat we niet zouden denken. De moeilijkheid ligt erin dat we de denkbeweging niet kunnen vertragen en ophouden. Enkel dit vertragen schept bewustzijn, waar anders de denkebweging als een pijl uit een boog afvliegt op het eindresultaat dat danniet als laatste maar als eerste en als enige in ons bewustzijn binnenkomt.

17. Denken is het trekken van een spoor
Onderweg, van denkstap naar denkstap, tot aan de (voorlopige) halteplaats, trek ik al denkend een spoor. De denkervaring begint waar ik me van dit spoor trekken bewust kan worden. Wellicht ziet het er aanvankelijk zo uit, dat ik me ervan bewust word dat ik ergens ben aangeland, ook al kan ik me niet zo goed herinneren hoe ik daar ben gekomen.
Het is het zo eigene van het hebben van gedachten, dat ze zich zo vanzelfsprekend voordoen, totdat je jezelf de vraag stelt hoe je er aan gekome bent. Het in het bewustzijn heffen van het denkproces maakt mogelijk dat ik kan terugkijken op een weg die ik heb afgelegd vooraleer ik daar ben aangekomen. In het terugkijken ontcijfer ik de sporen van mijn denkstappen. Het oplossen van een wiskundig probleem, als je tenminste geen short cut maakt door een formule te gebruiken, vraagt precies dit: al denkend leg je een traject af, maar zo dat je op ieder moment naar je vorige denkstappen kan terugkeren en beslissen of je nu niet een andere weg wil inslaan. De opgave is de oppervlakte van een vierkant te verdubbelen en je komt uit op een rechthoek. Waar liep het fout? Al denkend loop je nu het spoor terug. Het spoor dat al denkend ontstaat kunnen gewaar worden op het ogenblik zelf waarop het ontstaat, is de denkervaring.

18. De ondraaglijke lichtheid van het denken
Hoe meer je het denken kan vertragen, hoe meer iedere denkstap in het teken komt te staan van vinden, loslaten en nieuw vinden. Hoe groter ook de kans dat je gaat ontdekken hoe licht dit wordt. Licht in de betekenis van een soort toenemende klaarheid, maar ook licht als het tegendeel van zwaar.
Er is dus blijkbaar nog iets anders mogelijk dan in een kramp af te wachten tot de gedachte jou gevonden heeft. Je trekt er zelf op uit en dit is uiteindelijk puur plezier. Kant en klare gedachten kunnen als aaneengeklitte massa’s zich torenhoog opstapelen, tot je onder de druk haast bezwijkt. Maar in het je zelf op weg begeven worden gedachten tot stapstenen. Ze stapelen zich niet op jou, maar jij raakt ze aan, net voldoende om op de volgende te belanden. In de tussenstappen speelt zich de eigenlijke denkervaring af, zoals ook de muziek tussen de klanken ontstaat. Muziek onstaat in het interval en in de denkbeweging situeert het interval zich tussen de afzonderlijke denkstappen. Denken wordt nu produceren, een genot dat de meest verfijnde consumptie ver te boven gaat.

19. Waar het denken begint
Er is dus meer dan één manier om te denken. En dit heeft met aandacht te maken.
Er is het denken dat daarin bestaat dat allerlei gedachten in je omgaan en daar een soort eigen leven leiden, een leven dat je pas in zijn volle omvang bemerkt, wanneer je probeert deze molen even te doen stilstaan. De aandachtis allesbehalve gericht, maar dwarrelt rond, door alles wat zich aandient een moment lang vastgehouden en glipt weer weg.
Er is het denken dat kant en klare gedachten gaat ordenen en uitzoekt, door schikken en herschikken, welke nieuwe combinaties daartussen mogelijk zijn. De aandacht richt zich weliswaar op het ordenen, maar laat zich graag leiden door de reeds vastgelegde inhoud zelf van de gegeven gedachten.
Er is het denken dat zich bedient van deze kant en klare gedachten om het proces zelf van het denken op het spoor te komen. De aandacht wisselt van spoor. Wordt niet langer meer getrokken, maar bepaalt in groeiende mate zelf de richting
En er is het denken dat de aandacht ongedeeld op het proces van het denken zelf kan richten en kijkt, zonder vooraf in te vullen, welke gedachetn daarui tevoorschijn kunnen komen.
De aandacht wordt van leiband tot leidraad. Het denken bevrijdt zichzelf. Dit is geen eindpunt maar een begin.

20. Denken als avontuur
Het beginnende denken dat, nog voor de gedachten verschijnen, de ongedeelde aandacht gericht kan houden op het proces van het denken zelf, opent steeds nieuwe horizonten.
Het is het bevrijde en daardoor vrij scheppend denken, waarin de kant en klare gedachten als herboren weer opduiken, badend in het licht van het nog niet vooraf vastgelegde. Het is het nieuw kunnen denken van wat de sleet van eeuwen vertoont, vergezeld van de verwondering die aan het begin staat van ieder echt denkproces. Het is een avontuur in de ware zin van het woord, want de bij zichzelf vertoevende aandacht maakt mogelijk dat niets voorspeld kan worden. Het is bijgevolg het denken waarin iets van het toekomstige zich kan aftekenen, want al het voorspelbare is tenslotte een projectie vanuit het verleden naar een toekomstige tijd. Maar wat is een toekomst, wanneer deze reeds is ingevuld?
Avontuur betekent ad-venturus: dat wat te komen staat. En naar je toe wil komen. Dit vraagt om een openheid, een ruimte, die het denken, in de mate dat het proces wordt, kan doen ontstaan. Kant en klare gedachten, losgeweekt van het proces, houden deze ruimte op voorhand reeds bezet. En beletten het avontuur van het toekomstige.
Welnu? Waar wachten we nog op?


Meer over het boek Tijdgenoten onderweg van Christine Gruwez, die tevens auteur is van bovenstaande tekst, vindt op op deze pagina.